Veenland in de Groote Peel


Door: Yvon de Wit & Robin Verberne

Veen:

De moerassige Peel ontstond zo’n 15.000 jaar geleden. Ongeveer 10.000 jaar geleden begon het veen. Veen zijn planten die sterven door in het water te vallen, maar die planten in het water verteren nauwelijks, omdat de plantenresten nauwelijks verteren vormen ze een groot blok dat noemen we veen. Dit veen is tot het einde van de 19e eeuw het ‘zwarte goud’ van de peel geweest. De lagen veen konden wel 7 meter dik worden.  dit is veenmos

Laagveen & hoogveen:

De grond waar je in Nederland op loopt bestaat uit zand, klei, loss en soms uit veen. De Peel is een gebied met veen. 

Laagveen:
In ondiepe plassen groeien verschillende soorten water- en moerasplanten. In het water zit meestal veel voedsel. De planten groeien dan zo uitbundig dat het water er helemaal van dichtgroeit. In het najaar sterven de meeste planten af. De resten van deze planten verteren onder water nauwelijks. Ze hopen zich op tot een dik pakket veen, dat tenslotte de hele plas opvult. Dit wordt dan LAAGVEEN genoemd.

Hoogveen:
De veenmosplantjes houden met hun stengels en bladeren veel water vast. Zo blijft hun groeiplaats mooi nat, ook als de mosjes langzaam hoger groeien. Veenmoskussens kunnen zo als natte deken steeds hoger worden en steeds hoger en breder uitgroeit en helen streken in het land bedenk met de veenmosplantjes. (daar bedoelen de mee dat het steeds meer dichtgroeit). Het topje van het mos groeit steeds door. De onderste delen sterven af. Ook deze afgestorven delen verteren niet, maar hopen zich tot een steeds dikker pak veen. Dat veen heet HOOGVEEN. Dus als je het nu allemaal bekijkt, is hoogveen van pakketjes niet verteerd veenmos gemaakt. En laagveen van niet verteerd moeras en water plantjes. Dit komt in de Peel voor maar niet alleen in de Peel ook in andere delen van Nederland. In het waterrijke Nederland kwam op veel plaatsen hoogveen of laagveen voor. De laagveengebieden werden het eerst afgegraven (D.W.Z. weggehaald). Daardoor ontstonden grote meren en plassen. Een deel daarvan is in de loop van de eeuwen weer ingepolderd (drooggemaakt). Andere plassen bleven open water. Ze zijn nu belangrijk voor watersport. Delen ervan zijn ook heel waardevolle natuurgebieden er groeien veel water en moerasplanten, zodat ze langzaam weer dichtgroeien. Zo begint het hele gedoe van het laagveen gewoon weer op nieuw.

Turf:                            

Het veen (turf) word ook wel klot genoemd. Het veen was namelijk voor de bewoners en ook vanaf 1852 voor de industrie van groot belang, omdat men er vuur van stak. Turf was vroeger een belangrijke energiebron en kon makkelijk tijdens de dagbouw worden gewonnen. Met hoefden turf alleen uit te graven en het overgebleven materiaal zorgde voor een vruchtbare landbouwgrond. Eeuwen lang werd de turf als brandstof gebruikt, vooral voor eigen gebruik. De handel in de turf ontstond in 1852 toen de gebroeders Van de Griendt uit Den Bosch van de gemeente Deurne circa 650 hectare hoogveen kochten. Zij richten de maatschappij Helenaveen op en stichten veenkolonie Helenaveen. Turf arbeiders uit Deuren o.a., Noord-Nederland en zelfs Duitsland staken er de turf rond. In 1900 stichten de gebroeders ook Griendtsveen (vandaar hun naam) in het Limburgse horst (ook een plaatsje). Vervolgens trokken ze naar gemeente Asten.  

En toen:

De turf producten uit de Peel gingen o.a. naar Londen, Parijs. Men gebruikten daar de turf als goedkope vervanger van het stro in de paardenstallen van de tramwegmaatschappijen. Toen de steenkool en olie opkwam was het gedaan met de turf………….. maar niet met de Peel!